Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 4-8-2018

De aard van het meesje

De persoonlijkheid van een koolmees is voor 54 procent erfelijkheid bepaald. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Piet Drent, wetenschapper aan het Nederlands Instituut voor Ecologie in Heteren. In januari publiceert zijn onderzoeksgroep de resultaten van jarenlage experimenten in de Proceedings of the Royal Society of London.

Samen met een groep collega's die bij hem promoveert, bestudeert Drent al jarenlang het gedrag van de koolmees, een van de meest voorkomende vogelsoorten in Nederland. Voor Drents groep is de koolmees een modelorganisme. 'Als biologen iets over de persoonlijkheid van dieren zeggen, dan praten ze vaak over een schaal', zegt Drent. 'Dat geldt ook voor ons. De persoonlijkheid van een koolmees is voor ons een punt op een schaal. Welk punt, dat wordt pas duidelijk als we een exemplaar langere tijd observeren en zien hoe hij dagelijkse problemen oplost.'

'Wat we bij de koolmees vinden, geldt ook voor andere diersoorten', zegt Drent. 'De schaal waarmee we hun gedrag proberen uit te drukken, is inmiddels algemeen geaccepteerd door biologen.' Aan de ene kant van die schaal zitten de agressieve koolmezen. 'Dat zijn mezen die conflicten niet uit de weg gaan', zegt Drent. 'Dat zie je aan hun houding. Ze gaan rechtop zitten zodat hun kleuren goed zichtbaar zijn. En als een andere mees ze uitdaagt, dan buigen ze hun kop naar beneden om te laten zien dat ze bereid zijn te pikken.'

Agressieve mezen zijn brutaal. Ze durven risico's te nemen. 'Als je in hun territorium een nieuw ding neerlegt, dan gaan ze er snel op af om het te onderzoeken. Ze tikken er tegen aan met hun snavel. Breng je ze in een nieuwe omgeving, dan vliegen ze van de ene boom naar de andere. Ze verkennen hun nieuwe terrein snel maar oppervlakkig.'

Aan de andere kant van het spectrum zit de voorzichtige koolmees. 'Die heeft meestal geen zin in ruzie met zijn soortgenoten. Nieuwe dingen in hun omgeving blijven ze lang mijden en als je ze in een nieuwe omgeving brengt, dan gaan ze voorzichtig te werk. Ze blijven vaak in de boom zitten waar je ze hebt neergezet, en verkennen die dan minutieus. Het zijn goede voedselzoekers, die niet zo vaak door roofvogels worden gegrepen.'

Tussen de twee extremen zijn allerlei tussenvormen mogelijk, maar individuele koolmezen kunnen niet van strategie veranderen. 'Koolmezen krijgen al in hun vroege jeugd hun persoonlijkheid', zegt Drent. 'Een agressieve, naar buiten gerichte en oppervlakkige koolmees leert nooit meer voorzichtig opereren. Ook niet als ze terechtkomen in een groep waar al veel agressieve soortgenoten zitten en ze het onderspit delven. Dan vertrekken ze.'

Dat dieren een persoonlijkheid hebben, is oud nieuws. Maar nooit was helemaal duidelijk wat het karakter van een koolmees nu precies bepaalt. Is het genetische aanleg? Of omgevingsfactoren? Om daar achter te komen kruisten Piet Drent, drs. Kees van Oers en prof. dr. Arie van Noordwijk vier generaties agressieve koolmezen met andere agressieve koolmezen, en behoedzame mezen met andere voorzichtige dieren.

'We haalden de dieren enkele dagen nadat ze uit het ei waren gekomen weg en voedden ze zelf op', legt Drent uit. 'Als ze volwassen waren geworden, bepaalden we hun persoonlijkheid, en kruisten we ze. Na vier generaties hadden we voldoende gegevens om uit te rekenen dat erfelijke factoren uiteindelijk voor 54 procent de persoonlijkheid van onze mezen bepaalden. Dat is veel.'

Biologen hebben wel eens vaker geprobeerd te berekenen in hoeverre erfelijkheid het gedrag van dieren bepaalt, maar kwamen altijd met beduidend lagere schattingen dan de 54 procent die uit Drents formules kwamen rollen. Met die vaststelling rijzen er meteen vragen. Want als gedrag inderdaad zo'n erfelijke inslag heeft, dan zou je toch verwachten dat ook gedrag onderhevig is aan de wetten van de evolutie en de natuurlijke selectie?

'Evolutie selecteert op de eigenschap die de kans op overleving het allergrootst maakt', zegt Drent. 'Je zou dus verwachten dat de evolutie tot gevolg zou hebben dat koolmezen maar een enkel soort gedrag vertonen. Dat is dus niet zo. Uit veldonderzoek komt geen enkele aanwijzing dat de ene gedragsvariant beter voor de overleving is dan de andere.'

De theorie die Drents onderzoekers nu proberen te toetsen, is dat de overleving van de koolmezensoort als geheel juist gebaat is bij de verscheidenheid aan verschillende persoonlijkheidstypen. 'Het lijkt er op dat een groep koolmezen bijvoorbeeld beter floreert als er ook een paar agressieve types tussen zitten', zegt Drent. 'Die verjagen indringers.'

Volkskrant, 14 december 2002.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.